
We leven op land vol gif, met lijven met plastics en PFAS. Hoe kunnen we te midden van die ruïnes liefde en solidariteit vinden? Luca Hopman en Marguerite van den Berg zoeken in dit herfst issue naar lessen van voormoeders en hedendaagse heldinnen en leren hoe we de moed kunnen vinden om elkaar te beschermen.
‘You sleepwalk for centuries and you don’t look around
At the progress of man, determined and bound
We live in the ruins of another life’s dream
But nobody told us that we all live downstream’
Bonnie Prince Billy - Downstream
Wat lang ‘vooruitgang’ heette is vaak destructie gebleken. Bonnie Prince Billy vat het misschien het mooist met zijn melancholische stem: ‘we leven in de ruïnes van andermans droom.’ De droom van vooruitgang, van controle en voorspoed bracht ons land dat vergiftigd is, uitgeput. Beschadigde dieren, uitgestorven soorten. PFAS en plastics in ons bloed. Deze brokstukken kunnen we niet simpelweg opruimen, zoals ruïnes van steen. Ruïnes zijn ook chemische vervuiling. Veel daarvan blijft. In de rivieren, in de grond, in onze lichamen.
We leven allemaal bij de riviermonding, zingt Bonnie Prince Billy dan ook. Al het gif komt ook bij ons.
Het vergt moed om dit onder ogen te zien.
Er bestaat een reclame uit 1947 voor DDT. Een hond, een appel, een aardappel, een koe, een haan en een huisvrouw zingen samen ‘DDT is good for me-e-e-e!’
De insecticide DDT was in 1947 een oplossing. Letterlijk, natuurlijk: een chemische oplossing. Maar ook figuurlijk: wetenschappers zagen mogelijkheden voor een groene revolutie. De voedselvoorziening zou efficiënter worden, landbouw zou kunnen zonder insecten, ziekten zouden bestreden worden, de economie en de welvaart, zo na de Tweede Wereldoorlog, zou groeien door chemische bestrijdingsmiddelen. Dat was de droom van vooruitgang. Andermans droom.
Rachel Carson schreef hier een beroemd boek over: Silent Spring. Toen ze de bestseller schreef – het verscheen in 1962 – was ze al een beroemd Amerikaans auteur, ze schreef boeken over de oceanen en bereikte een miljoenenpubliek. Met Silent Spring maakte ze een groot Amerikaans publiek bekend met de desastreuse gevolgen van het wijdverbreide gebruik van pesticiden. Het was een boek met gevolgen, een flinke impuls voor de milieubeweging. DDT, een van de giffen waar ze tegen schreef, werd verboden. Want natuurlijk was het niet ‘good for me-e-e’, maar giftig en schadelijk voor ecosystemen.
Carson beschrijft heel precies hoe veel insecticiden na de Tweede Wereldoorlog in korte tijd wijdverbreid raakten. In twintig jaar werd de natuur en de bodem vergaand vergiftigd. Een deel van de insecticiden waren eerder in de twintigste eeuw ontwikkeld als chemische oorlogswapens. Het spul bleek bijzonder effectief om insecten en andere dieren te doden in een ‘war against nature’. Bovendien, zo beschrijft Carson, was er na de oorlog veel materieel over waarmee de gifstoffen verspreid konden worden. Ongebruikte legervliegtuigen vlogen over akkers om een laag gif aan te brengen, gif waarmee ze zelden alleen de ongewenste dieren doodden. Vrachtwagens reden door woonwijken om alles een laag DDT te geven tegen de muggen.

Er waren plekken waar alle vogels stierven. Plekken waar bepaalde insecten dominant werden omdat hun natuurlijke vijanden waren omgebracht. Plekken waar de berm een bruine dode smurrie was geworden. Een vrouw stierf aan leukemie, maanden nadat ze uit angst voor spinnen haar kelder had volgespoten met insecticiden net voordat ze die kelder betrad. Silent Spring staat bol van zulke verhalen, van bewijsvoering.
Het boek begon met een brief van een vriendin. Olga Huckins had de vogels dood zien neervallen op haar terrein nadat een vliegtuig DDT had gesprayd. Zoals ze schrijft aan Carson én de krant The Boston Herald: “een kleine wereld werd levenloos”. Het beeld van een lente zonder vogels dat haar vriendin schetste beroerde Carson – het project Silent Spring was geboren.
Ze kon het schrijven omdat ze niet als wetenschapper aan een universiteit of onderzoeksinstituut werkte. Ze had als jonge vrouw nooit een positie aan een universiteit gekregen en bleef zo buitenstaander. Gelukkig maar. Vanuit de marge wordt wel vaker het belangrijkste werk gedaan. Onze vakbroeders komen er in Carsons boek niet goed af: onderzoekers aan universiteiten werden regelmatig deels betaald door de industrie en waren daarom niet vrij om de schadelijke effecten van stoffen in kaart te brengen. Dat is iets dat wij ons mogen aantrekken in deze tijd waarin universiteiten staan te dringen om samenwerkingen met industrie en defensie vanwege ‘impact’.
Naast de samenwerking tussen wetenschap en industrie, ging Carson met haar boek ook in tegen een diepgeworteld geloof in vooruitgang en controle. Pesticiden zijn een middel om complexe ecosystemen gewelddadig te reduceren, de natuur te simplificeren voor een bepaalde functie, bijvoorbeeld het maximaliseren van één gewas. Dat betekent dat elke andere vorm van leven moet wijken. De fictie dat we daarmee vooruitgang boeken heeft desastreuze gevolgen. Carson was natuurlijk niet de eerste die dat schreef. Indigenous mensen hadden het allang gezegd maar werden niet gehoord. Een hedendaagse stem over zulke landbouw en insecticiden is bijvoorbeeld Robin Wall Kimmerer, die ook heel mooi laat zien dat juist het uit elkaar halen van soorten ze kwetsbaar maakt.
Met heel veel detail en soms behoorlijk droog, legt Carson uit wat de gevolgen zijn van deze grootheidswaanzin. Insecticiden kwamen ook terecht op land dat kilometers verder lag dan de bron – meegevoerd door de wind of in het grondwater. De giffen werken bovendien op elkaar, in het water en in onze lijven, waardoor accumulatie van stoffen en gezondheidsproblemen ontstaan. Dat hadden de wetenschappers niet voorzien, vaak wisten ze helemaal niet wat de langetermijngevolgen zouden zijn.
Carson is een voormoeder in een lijn van moedige activisten die zich tot vandaag de dag hard maken tegen het gebruik van pesticiden. Dat is nog steeds nodig. DDT is verboden, maar veel giftige stoffen niet. In Juli 2025 kopte Le Monde: “Dit is het gezicht van Frankrijks woede tegen kanker en pesticiden”. We zien Fleur Breteau, zelf kankerpatiënt, als gezicht van een sociale beweging die vecht tegen het invoeren van de Duplomb wet. De wet herintroduceert een pesticide die bijen doodt, nadat het eerder in 2020 verboden was. Nederland, trouwens, is continentaal recordhouder voor het gebruik van pesticiden per hectare. Breteau is daar woedend over en ze richtte Cancer Colère op: Kankerwoede. Woede, om ‘de tsunami’ (zoals de directeur van een groot oncologisch centrum stelt) van vrouwen en jonge kinderen met kanker die zij ontmoette tijdens haar ziekteproces. Woede, om de achteloosheid van deze herintroductie van een gif in ons leven, om big pharma die verdient aan kanker. De beweging Cancer Colère weigert om stil te zijn; de actievoerders tonen dat het hebben van kanker niet slechts een individueel drama is, maar een publiek probleem – in deze riviermonding van andermans droom.
Fleur Breteau doet dit door haar kwetsbaarheid te laten zien. Of zij ziek geworden is van pesticiden is onmogelijk vast te stellen. Maar dat deze pesticiden kanker veroorzaken wel. Ze laat ons zien wat dat betekent: haar lijf, kaal en vermagerd door de ziekte en chemotherapie, volledig zichtbaar voor anderen. Kijk maar. Dit is wat pesticiden doen.
Er is moed voor nodig om die kwetsbaarheid te laten zien.
De schrijver en dichter Audre Lorde schreef in de jaren tachtig over haar ervaringen met kanker. Ook zij vond het belangrijk om haar ziekte, haar lijf, haar lijden publiek te maken. Gedwongen om haar sterfelijkheid onder ogen te zien, besefte Lorde dat zij het meest spijt had van de momenten in haar leven dat er stilte was geweest. Stiltes die geweld laten voortbestaan. In veel van haar schrijven spreekt zij zich uit en doorbreekt daarmee structuren van racisme en seksisme, structuren die het van stilte moeten hebben. Lorde schrijft over de angst die daarmee gepaard gaat. Het transformeren van stilte in taal en actie, dat is een proces van jezelf zichtbaar maken. Daar kan van alles op volgen: spot, kritiek, geweld. Kijk maar naar de reactie die Carson kreeg na het publiceren van haar boek: legers mannen in witte jassen in laboratoria en pakken in kantoren van de industrie stopten geld en energie in een lelijke anti-campagne om Carson in diskrediet te brengen. Die had weinig effect op haar toekomst, Carson had inmiddels zelf kanker en stierf twee jaar na publicatie van Silent Spring.
De industrie heeft liever niet dat we zichtbaar maken wat hun gif ons brengt. Maar misschien zijn we ook zelf bang voor die zichtbaarheid van onze kwetsbaarheid, schrijft Lorde. Lorde wist dat al voordat ze ziek werd. Ze had al talloze malen de stap moeten zetten om zichzelf zichtbaar te maken, juist op de punten die haar ook kwetsbaar maken. Als activist. Als zwarte vrouw. Als lesbische vrouw. Juist de zichtbaarheid die ons kwetsbaar maakt is ook onze grootste kracht, zegt Lorde. En die angst, die blijft wel, of we nu stil blijven of niet. Zoals zij schrijft: “We can sit in our corners mute forever while our sisters and our selves are wasted, while our children are distorted and destroyed, while our earth is poisoned, we can sit in our safe corners mute as bottles, and we still will be no less afraid” (p. 15). Lorde stierf aan kanker in 1992.
We moeten het zichtbaar maken zodat we stilte kunnen doorbreken en kunnen handelen. Maar niet alleen. Lorde schrijft dat elke keer dat zij de woorden zocht en zich uitsprak, zij daarmee andere vrouwen tegenkwam waarmee zij samen zoeken naar (de woorden voor) een wereld waarin zij allen geloven. Zo maakten ze toekomsten voor ons. Dat is ook de ervaring van Fleur Breteau. Cancer Colère doorbreekt de stilte vanuit woede. De Duplomb wet kreeg zo tenminste publieke tegenspraak en werd uiteindelijk zelfs tegengehouden door het Constitutionele Hof. In woede zit een kracht die ons samen en verder brengt. Zo worden andere toekomsten mogelijk. Ja, er is veel gif in ons milieu en in onszelf, gif dat nooit meer helemaal verdwijnt. Carson heeft dat niet kunnen stoppen. Maar zij en de activisten die haar werk oppakten, gaven ons wel een verbod op DDT en redde daarmee de levens van zeer veel wezens en ecosystemen. Haar moed heeft ons niet van alles kunnen redden. Maar wel van DDT.
We zien Carson ook behoorlijk worstelen in Silent Spring. Enerzijds wil ze laten zien dat mensen geen controle moeten willen, dat er een natuurlijke balans is die we niet moeten verstoren. Maar ze wil uiteindelijk zelf toch ook ingrijpen – maar dan met biologische middelen, bijvoorbeeld door natuurlijke vijanden van ongewenste soorten in te zetten. Ze gaat zelfs zo ver om de loftrompet te luiden over een experiment waarbij biologische middelen werden ingezet op Curaçao – een Nederlandse kolonie. Gesteriliseerde schroefwormen werd daar succesvol ingezet om de totale populatie schroefwormen terug te brengen. Carson zoekt naar een antwoord, een manier om te laten zien dat het anders kan, maar grijpt daarin ook terug op een logica waarin een gekoloniseerd gebied tot de beschikking van wetenschappers en bestuurders staat, zonder een woord te besteden aan de lokale bevolking of de ecologie daar – een beperking die geplaatst moet worden in de tijd en bij haar witheid, maar waar we nu kritisch naar kijken.
Soms hebben we niet de juiste woorden om iets te benoemen, leren we bij Lorde. Maar natuurlijk weten we dat er iets flink mis is als bomen en dieren sterven. Als er geen vogels meer fluiten. Als de mensen om je heen kanker hebben. Er zijn zoveel stiltes om te doorbreken.
We leven in de ruïnes van andermans droom, het is waar. En die ruïnering zit in onze lijven. Maar wat Rachel Carson, Audre Lorde en Fleur Breteau ons leren is dat er toch nog iets te beschermen is. We kunnen elkaar de moed geven ons uit te spreken, ons te laten zien en ons zo te beschermen. Audre Lorde liet zich zien, vond de woorden, vond anderen en beschermde ons. Rachel Carson vocht met een machtige industrie en stopte DDT. Fleur Breteau laat ons de ruinering van haar lijf zien, laat ons ervaren hoe kwetsbaar we zijn. Ze vecht voor publieke gezondheid, kreeg anderen op de been, uiteindelijk om ons te beschermen. Dat is feministische liefde.
Floor Bouma, 2025. Met haar Franse actiegroep Kankerwoede strijdt Fleur Breteau tegen pesticiden en kortzichtige politici. NRC Handelsblad, 6 augustus 2025.
Rachel Carson, 1962. Silent Spring, met introductie van Linda Lear. Mariner Classics.
Robin Wall Kimmerer. 2013. Braiding Sweetgrass. Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge and the Teaching of Plants. Penguin Books.
Audre Lorde, 2020. The Cancer Journals. Penguin Classics. (Eerste publicatie 1980)
Le Monde, July 22, 2025. Meet the face of France’s anger against cancer and pesticides. Hier te vinden:https://www.lemonde.fr/en/environment/article/2025/07/22/meet-the-face-of-france-s-anger-against-cancer-and-pesticides_6743595_114.html
Over moeders en moederschap hebben feministen veel geschreven. Maar hoe verhouden we ons kritisch en liefdevol tot onze eigen feministische (voor)moeders? Irene van Oorschot zoekt in de bibliotheek van haar overleden moeder naar een antwoord.
We leven op land vol gif, met lijven met plastics en PFAS. Hoe kunnen we te midden van die ruïnes liefde en solidariteit vinden? Luca Hopman en Marguerite van den Berg zoeken in dit herfst issue naar lessen van voormoeders en hedendaagse heldinnen en leren hoe we de moed kunnen vinden om elkaar te beschermen.
Wij zijn het kantoor voor feministische liefdesbrieven. We schrijven liefdesbrieven voor solidaire toekomsten. We schrijven ze voor jou. Voor ons. We hebben nood aan politieke liefde.
Ons kantoor viert feministische alternatieven voor uitbuiting en geweld. Alternatieven die zijn geweest, gemaakt of verzonnen. Toekomsten van solidariteit. Het kantoor doet aan liefde, niet aan afbouwkritiek. Het is een schrijfpraktijk, een netwerk, een schimmel, een improvisatie en een verzameling luchtkastelen ineen. Het gaat over het kennen van voormoeders en het zorgen voor kinderen. lees volledige brief...
This is a lover letter we wrote for Dublin women organizers. Bernie and others organize against mould in housing. The love letter was published in a zine that we made with a team on the issue of Mould in public housing: Mould Works (June 2025). You can find the zine here. We made the zine with Anushka Dasgupta, Luca Hopman, Job van Aken, Gresa Gashi, Noortje van Amsterdam, Josien Arts and Marguerite van den Berg. Below you will find the text of the love letter lees volledige brief...